Sytske Sötemann

Turkse poëzie in Nederlandse vertaling

Hollandaca'da Türkçe şiir




Roni MARGULIES


Yangın

Kalem toplayan bir adam varmış güney Rotterdam’da.
Tanışma fırsatı bulamadım da, komşulardan dinledim.
Altı bin üç yüz kalemi varmış, ayırım yapmazmış hiç:
kurşun kalemler, dolma kalemler, tükenmezler,
bir bavulda dururmuş hepsi yatağının altında.
Açıp bakmazmış bile, orada olduklarını bilmek
yetermiş ona.

Geceleri yattığında, uzatıp elini yoklarmış bavulu,
yerinde durduğunu bilince kalemlerin iyi uyurmuş.
“Bir kalem gösterin bana,” dermiş, “hemen söylerim
bende olup olmadığını, gerek bile yok bavulu açmama.”
Ne özellikle sevdiği bir kalem varmış, ne tercih ettikleri,
ne de uzun uzun arayıp buldukları. Her gördüğünü
atarmış cebine.

Bunları öğrendiğim günün gecesi rüyalarıma girdi hepsi:
Altı kalem bulmuş adam, akşam evine dönmüş, yatmış,
son bir sigara içerken yatağında, bir kıvılcım düşmüş.
Sabah kalktığımda bir gazete almışım, rüya bu ya,
Türkçeymiş, dehşet içinde okumuşum acı haberi:
“Rotterdam’da bir yatağın altında altı bin kalem
kullanılamadan yandı.”

© Roni MARGULIES, 2014
ROTTERDAM GÜNCESİ   A VIEW WITH A ROOM Rotterdam

De brand

Op Rotterdam zuid schijnt een man te wonen die pennen verzamelt.
Ik heb geen kennis kunnen maken, maar hoorde het van de buren.
Hij heeft drieënzestighonderd pennen en maakt geen enkel onderscheid:
potloden, vulpennen, balpennen,
ze zitten allemaal in een koffer onder zijn bed.
Hij kijkt er niet eens in, te weten dat ze daar liggen
is voor hem genoeg.

Wanneer hij ’s avonds naar bed gaat, legt hij zijn hand even op de koffer,
zolang hij weet dat de pennen op hun plaats liggen slaapt hij goed.
“Laat me maar eens een pen zien,”  zegt hij soms, "ik kan meteen zeggen
of hij in mijn koffer zit of niet, zelfs zonder die te hoeven openmaken.”
Aan geen enkele pen is hij speciaal gehecht, ook heeft hij geen voorkeuren,
of pennen waar hij lang naar heeft moeten zoeken. Elke pen die hij ziet
stopt hij in zijn zak.

De nacht na de dag waarop ik dit gehoord had droomde ik erover:
De man had zes pennen gevonden, kwam ’s avonds thuis, ging naar bed,
en toen hij daar een laatste sigaret rookte, viel er een lucifer.
’s Ochtends stond ik op en kocht een krant, nog steeds in mijn droom,
geschrokken las ik een akelig bericht, het was in het Turks:
“In Rotterdam zijn onder een bed zesduizend ongebruikte pennen
verbrand.”

© Sytske Sötemann, 2014  
Voor Poetry International