Sytske Sötemann

Turkse poëzie in Nederlandse vertaling

Hollandaca'da Türkçe şiir




Bejan MATUR


YUVA

Bir ev
Konuşma evimiz
Bozkırın
Ve taşların evi.
Ölümün ve zalim babanın
Baba oluşunun.
Kayaların toprağa gömülü varlığı neyse
Bizim için o olan bir ev.
Bir gece ateş yakılacak
Ve uğultudan etekleri dalgalanan bir kadın
Varlığı belleyecek bir eli
Bir bakışı hayatı sanacak.
Şimdi senden gitmenin sabahı
Yaşanmamış sayılacak.
Günlerden ve gecelerden gitmen
O eve varman.
Hatırla
Sendin balçık ve tozla
Duvarlarını ören evimizin.
Ellerin ellerin olduğunda
Başlayan sorular hiç bitmedi.
An? dedin
Yara? sonra
An nedir?

Seninle benim aramda dağlar oluşabilir
Dediğimde inanmadın.
Ama bak oluşuyor işte.
Bozkır bitiyor ve başlıyor dağlar
Acı başlıyor.
Beraber bir geçmişe ağladığımızda
Giden bir kız kardeşin ardından
Atılan taşlar
Kavuşmak içinse
O gecedir.
Bizden alınan bir kız kardeşin
İçimizde açtığı
Dönecektir elbette
Ve bitmeyecektir.
Hiç görülmemiş bir hesap
Zaman boyunca süren
Bizi ağlattığında
Büyümüşüzdür artık.
Adı konmuştur
Bakışlardan önce.
Bizden istenen güçlü olmamızdır
Cesarettir bizden beklenen.
An dediğinde sen
Tüm anlardan önce
Tekrarlanacak olan oluştur.

Babanın olan oluşu
Ve kanlar içinde uyuman senin
Uyanman.
Kanlar içinde bırakılman o gecede.
Ne içindir?
Bu güne varmak
Bu güne varmak
Zaman için sonsuz sayıda olan anlardan
Bir anda
Bakman
Ölüm gibi.
Ve korku gelir sonra.
Bırakmanın
Bırakılmanın korkusu gelir.
Beni bırakma dedin
Beni tut derdim ben.
Tut beni.

© Bejan MATUR, 2008
İbrahim'in Beni Terketmesi   Metis Yayınları İstanbul

THUIS

Een huis
Ons huis waar we praten
Een huis van de steppe
En van steen.
Van de dood en de tirannieke vader
Van het vader worden.
Zoals van rotsen het bestaan diep geworteld is in de aarde
Zo moet voor ons een huis zijn.
Op een nacht zal men een vuur aansteken
En een vrouw wier rokken golven op het zuchten van de wind
Zal een hand duiden als haar bestaan
Een blik als haar leven beschouwen.
Nu zal de ochtend van het afscheid van jou
Als niet beleefd worden beschouwd. 
Je afscheid van dagen en nachten
Je aankomst in dat huis.
Je moet het je herinneren 
Jij was het die met slib en stof 
De muren van ons huis optrok.
Toen je handen jouw handen waren
Hielden de vragen die begonnen nooit meer op.
Ogenblik? vroeg je
Doet dat pijn? en dan
Wat is ogenblik?

Er kunnen bergen tussen jou en mij ontstaan
Toen ik dat zei geloofde je me niet.
Maar kijk dan ze ontstaan.
De steppe eindigt en de bergen beginnen
De pijn begint.
Het is die nacht
Toen we samen over een verleden huilden
En een zusje bij haar vertrek
Stenen kreeg na gegooid
Zodat we elkaar terug zouden zien.
Wat een zusje dat van ons werd afgenomen
Bij ons vanbinnen heeft losgemaakt
Zal zeker terugkomen
En niet voorbijgaan.
Als een nooit vereffende rekening
Die de tijd heeft doorstaan
Ons aan het huilen maakt
Dan zijn wij allang groot.
Zelfs voordat je er een blik op kan werpen
Heeft het al een naam gekregen.
Van ons wordt verlangd dat we sterk zijn
Er wordt moed van ons verwacht.
Wanneer jij nog voor alle ogenblikken
Praat over een ogenblik
Moet het ontstaan worden herhaald.
 
De vader die tiran wordt
En jij die in bloed slaapt
Jij die ontwaakt.
Die nacht waarin jij achterblijft in bloed. 
Waarom?
Om op deze dag aan te komen
Juist op deze dag
Op dat ene ogenblik
Uit de voor de tijd ontelbare ogenblikken
Sta je te kijken
Als de dood.
En dan komt de angst.
Komt de angst voor het verlaten
Voor het verlaten worden.
Verlaat me niet zei jij
Houd me vast wilde ik zeggen.
Houd me vast.

© Sytske Sötemann, 2017  
Akrostiş, Nederlands-Turks tijdschrift voor literatuur en kunst